“Het huidige debat over zware beroepen? Naast de kwestie!”

Onlangs raakten vakbonden en werkgevers het eens over de collectieve criteria voor zware beroepen. Zo willen ze makkelijker bepalen wie wegens een zwaar beroep ontsnapt aan langer werken. “Een mooie poging tot regularisatie, maar uiteindelijk naast de kwestie,” vindt Roland Vanden Eede, Algemeen Directeur van Mensura Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk.

Het debat over werkbaar werk en vervroegd pensioen voor zware beroepen woedt volop. Hoe staat Mensura tegenover die discussie?

Roland Vanden Eede: “Om duidelijkheid te scheppen in wie vroeger met pensioen kan gaan, focussen de sociale partners zich op de afbakening van het begrip ‘zwaar beroep’. Het is daarbij de bedoeling dat wie een zwaar beroep uitoefent, ook na de verhoging van de pensioenleeftijd vroeger kan stoppen met werken. Het negatieve gezondheidseffect dat zij anders op latere leeftijd ervaren, valt niet te onderschatten.

Maar meteen stelt zich een eerste vraag: wie beoefent een zwaar beroep? Vakbonden en werkgevers raakten het eens over vier collectieve criteria: fysiek zwaar werk, een belastende werkorganisatie, verhoogde veiligheidsrisico’s en mentale belasting.

Toch willen werkgevers het debat graag voortzetten. Zij sturen terecht aan op een individuele aanpak van elke oudere werknemer.”

Wat houdt zo’n individuele aanpak precies in?

“Maatschappelijk gezien leggen we beter de focus op de individuele situatie van elke medewerker. Een zwaar beroep bestaat immers niet. Elke job omvat verschillende taken – eerder licht of zwaar – en dat takenpakket is aanpasbaar. Zo kan een dakwerker perfect langer aan het werk blijven als hij zwaardere opdrachten links mag laten liggen. Een aanpassing van de individuele taken is dan ook de boodschap.

Wie echt geen minder belastende jobinvulling kan krijgen, heeft dan recht op vervroegd pensioen. Maar een individuele aanpak laat ook ruimte voor valabele alternatieven. Denk maar aan omscholing of co-sourcing – het flexibel inzetten van medewerkers over verschillende bedrijven heen.”

Leidt zo’n individuele benadering dan niet tot een complexere werkorganisatie?

“Flexibilisering van de arbeidsmarkt en responsabilisering van werkgevers én werknemers zijn absolute voorwaarden om tot een werkbare oplossing te komen, zeker in kleinere bedrijven.

Verder kunnen we een te complexe werkorganisatie vermijden door de kwestie niet bij verschillende ministers te leggen, maar het debat samen én juist te voeren: met de focus op zware taken in de plaats van zware beroepen.”

Het debat over zware beroepen is dus eigenlijk een non-debat?

“Klopt. De sociale partners slaan de bal grondig mis. Alles draait om zware taken en de insteek moet zijn om die zo veel mogelijk te beperken. De huidige generatie van ouderen is voor een deel versleten door het zware werk dat ze als jongere verrichtten. Als we niet vermijden dat met de huidige jongeren hetzelfde gebeurt, dweilen we met de kraan open.

Bovendien is er nog een andere variabele in het spel. Niet alleen een zwaar beroep uitoefenen, beïnvloedt je gezondheid op latere leeftijd. Ook je socio-economische klasse speelt mee.

Sowieso zullen we langer moeten werken als we onze welvaartstaat zoals we die nu kennen, willen behouden. Tegelijk kunnen ouderen bepaalde taken inderdaad niet langer aan. Dat geeft op dit moment als resultaat dat steeds meer oudere medewerkers wegvluchten in langdurige arbeidsongeschiktheid. Een duidelijk voorbeeld van het belang van de discussie over zware taken (versus beroepen) goed te voeren.”