Opinie: “Re-integratie is geen schaamlapje voor ontslag om medische reden”

Klopt de stelling dat werkgevers aangepast werk voor langdurig zieken links laten liggen? En dat ze handig gebruikmaken van de re-integratiewetgeving om werknemers zonder ontslagvergoeding aan de deur te zetten? Neen, meent Marie-Noëlle Schmickler, Directeur Gezondheidstoezicht en R&D bij Mensura. Volgens haar vertellen de cijfers een heel ander verhaal.

Langdurig zieken moeten de kans krijgen terug aan de slag te gaan, zodra dat medisch verantwoord is. De positieve impact van werken in plaats van het isolement door ziekte is onweerlegbaar. En toch vlamt regelmatig de discussie op of re-integratietrajecten geen dienst doen als glijmiddel voor ontslag.

Hebben de sociale partners die dat beweren dan ongelijk? Grotendeels wel, en dat om verschillende redenen. Het grote aantal ‘beslissingen d’ (een werknemer is definitief ongeschikt bevonden om het overeengekomen werk uit te voeren en kan geen ander of aangepast werk uitvoeren bij dezelfde werkgever) – in 2017 toch 59% volgens cijfers van Mensura – is geen afdoend bewijs van gemakzucht of onwil bij werkgevers.

Zo kan een werkgever zich pas beroepen op medische overmacht als er aan specifieke voorwaarden is voldaan. Eerst moet een preventieadviseur-bedrijfsarts (PABA) de werknemer definitief ongeschikt hebben verklaard voor het overeengekomen werk. Verder mogen er geen mogelijkheden zijn om aangepast of ander werk aan te bieden, én mag de werknemer de beslissing van de PABA niet aanvechten.

Alternatieve onderzoeken

Maar de belangrijkste nuancering schuilt in de cijfers van alternatieve onderzoeken om werknemers opnieuw aan het werk te krijgen, zoals het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting en het werkhervattingsonderzoek. In beide gevallen beoordeelt de PABA of de werknemer in staat is om zijn job te hernemen, al dan niet mits (tijdelijke) wijzigingen aan werkpost of werkregime.

Het verschil? Het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting gebeurt op initiatief van de werknemer en is een vrijblijvend overleg. De bevindingen – bijvoorbeeld progressieve werkhervatting – zijn niet afdwingbaar en de werknemer kiest of zijn werkgever van het onderzoek op de hoogte wordt gebracht. Het werkhervattingsonderzoek is een verplicht onderzoek voor werknemers die onderworpen zijn aan medisch onderzoek, vanaf vier weken ziekte.

Re-integratie neemt toe

Bekijken we de cijfers van de werkhervattingsonderzoeken van 2010 tot 2016, dan schommelen de resultaten van ‘geschiktheid om het werk te hernemen’ tussen de 86 en 91%. De cijfers voor tijdelijk aangepast werk liggen ongeveer even hoog: tussen 81% in 2010, opklimmend naar 94% in 2016. ‘Definitief ongeschikt’ zakt in dezelfde periode van 19% (2010) naar 6% (2016).

Het aantal bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting is in de periode 2010-2017 verviervoudigd. Drie op vier werknemers konden nadien het werk hervatten zonder aanpassingen. Eén op vijf kon opnieuw aan de slag, mits tijdelijke of definitieve aanpassingen aan de werkpost. En slechts 1% is definitief ongeschikt bevonden.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Re-integratie, een opstapje naar ontslag? Oordeelt u zelf. In de huidige discussie ontbreekt de nuancering en een brede kijk op het thema. De praktijk toont aan dat de procedureel vrij zware re-integratietrajecten vooral gebruikt worden voor de moeilijkere kwesties, bijvoorbeeld wanneer er een psychosociale problematiek speelt.

Tegelijk hebben PABA’s de verantwoordelijkheid om zuinig om te springen met het toekennen van ‘beslissing d’. Het is aan ons om werkgevers te inspireren met creatieve oplossingen voor aangepast of ander werk, zodat ‘medische overmacht’ minimaal het laatste woord heeft. Maar het is minstens even belangrijk dat werknemers zo snel mogelijk contact opnemen met de PABA: hoe sneller dat gebeurt, hoe groter de kans dat aangepast werk en re-integratie mogelijk worden.