Voor de vaccinatiecampagne heeft de overheid strikte voorrangsregels vastgelegd. In de eerste fase, die in januari gestart is, komen bewoners en personeel van de woonzorgcentra aan bod, net als de gezondheidswerkers. Aansluitend volgen de risicogroepen (fase 1B).

In een tweede fase komen de ‘gezonde personen’ aan bod. Men hoopt deze fase vanaf juni te kunnen opstarten. De ambitie is om voor de zomer klaar te zijn.

Fasering vaccinatie volgens advies van de Hoge Gezondheidsraad

  • Fase 1A: woonzorgcentra (bewoners en personeel), gezondheidswerkers in eerstelijnszorg, ziekenhuizen en zorginstellingen
  • Fase 1B: 65-plussers, risicopatiënten tussen 45 en 65, essentiële beroepen
  • Fase 2: laagrisicogroepen (de rest van de volwassen bevolking)

Bookmark deze site of abonneer u op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen.

De vaccinatie start in de woonzorgcentra en ziekenhuizen. Daarna is de eerstelijnszorg (huisartsen, thuisverpleegkundigen, tandartsen etc.) aan de beurt. Vervolgens komen de woongroepen (zorg voor personen met een handicap, dagcentra etc.) in aanmerking voor vaccinatie.

  • Huishoudhulpen komen samen met de rest van de bevolking aan de beurt, naargelang van hun leeftijdscategorie etc. (geen specifieke prioriteit).
  • Stagiairs in woonzorgcentra kunnen in de woonzorgcentra worden gevaccineerd.
  • Ambulanciers en brandweerlieden behoren niet tot de eerstelijnszorg. Er wordt nog besproken of ze alsnog als essentieel beroep opgenomen kunnen worden in fase 1B.
  • De verpleegkundigen van interne preventiediensten van bedrijven vallen onder fase 1B (na de eerstelijnszorg).
  • EHBO'ers komen samen met de rest van de bevolking aan de beurt.
  • Voor leerkrachten en opvangmedewerkers lopen de besprekingen nog. Op dit moment worden ze niet als prioritair beschouwd.

Essentiële beroepen zijn beroepen die cruciaal zijn voor de gezondheidsveiligheid van de bevolking. Onder voorbehoud van aanpassingen gaat het om de brandweer, de politie, de civiele bescherming, werknemers in de jeugdzorg en ambulanciers.

Men hoopt dat deze fase vanaf juni opgestart kan worden. De ambitie is om voor de zomer klaar te zijn. Uiteraard hangt dit ook af van de levering van de vaccins. Er kunnen namelijk vertragingen optreden, omdat vaccins produceren een bijzonder complex proces is waarbij levende materie komt kijken. Het kan gebeuren dat sommige kweken herhaald moeten worden.

De vaccinatiecampagne is afhankelijk van de federale vaccinatiestrategie. Die bepaalt in welke volgorde mensen gevaccineerd worden, en de algemene logistiek. De vaccins kunnen bovendien alleen bij een welbepaalde temperatuur worden geproduceerd*, geleverd en vervoerd, wat ook het vaccinatietempo beïnvloedt, net zoals de coördinatie tussen de federale en gewestelijke instanties.

* Vertragingen zijn altijd mogelijk, omdat vaccins produceren een bijzonder complex proces is waarbij levende materie komt kijken. Het kan gebeuren dat sommige kweken herhaald moeten worden.

De externe diensten voor preventie en bescherming op het werk zijn op dit moment volop aan het onderhandelen om actief betrokken te worden. Door vaccinatie aan te bieden op de werkvloer zou deze grootschalige operatie aan efficiëntie winnen. Tegelijk kan dit de vaccinatiebereidheid bij werknemers verhogen.

Bij Mensura zijn we er in elk geval klaar voor en hebben we de nodige ervaring om doeltreffend te vaccineren. We weten ook wat bedrijven nodig hebben en hoe ze georganiseerd zijn. De overheid zal echter bepalen welke rol we zullen spelen in de vaccinatie van de beroepsbevolking.

Vaccinatie tegen corona gebeurt op vrijwillige basis. Toch is het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen zich laten vaccineren. Enkel als 70 tot 80% van de bevolking gevaccineerd is, kunnen we komen tot groepsimmuniteit. Dat betekent dat er op dat moment voldoende mensen beschermd zijn, waardoor het virus zich niet meer snel en breed kan verspreiden. Groepsimmuniteit is noodzakelijk om het normale leven met onbeperkte sociale contacten opnieuw te kunnen opnemen. Kleine opstoten zijn dan nog mogelijk, maar die zullen geen aanleiding meer geven tot strenge(re) preventiemaatregelen of lockdowns.

Uit voorzorg zijn er specifieke groepen voor wie vaccinatie momenteel niet toegestaan is:

  • Kinderen jonger dan 16 jaar;
  • Zwangere vrouwen. Vrouwen met een kinderwens moeten een zwangerschap uitstellen tot minstens twee maanden na de laatste dosis van het vaccin. Individuele uitzonderingen zijn mogelijk in geval van een verhoogd risico (verhoogd risico op blootstelling en/of risicopatiënt) en met een medisch attest van de behandelende arts;
  • Personen met koorts en symptomen die kunnen wijzen op een acute infectie;
  • Personen met een recente positieve coronatest waarbij de symptomen nog geen twee weken verdwenen zijn;
  • Personen met een voorgeschiedenis van ernstige allergische reacties.

  1. Informeren en sensibiliseren van medewerkers.
  2. Namenlijsten opstellen van vaste werknemers en van alle niet-werknemers (stagiairs, vrijwilligers, jobstudenten, externe werknemers etc.).
  3. Bepalen van de twee vaccinatiemomenten, in overleg met de preventiedienst en de CRA-arts. Personeel en bewoners worden bij voorkeur op dezelfde data gevaccineerd (respectievelijk door de preventiedienst en door de CRA-arts).
  4. Bestelling vaccins en afspraak voor levering ter plaatse (voor beide vaccinatiemomenten is een afzonderlijke levering nodig).
  5. Bestelling medisch materiaal (één levering voor beide vaccinatiedata).
  6. Bewaren van de koudeketen en stockeren van de vaccins in gevalideerde koelkasten.
  7. Inrichting lokaal en wachtruimte vóór de vaccinatiedag, inclusief afgedrukte planninglijsten.

Woonzorgcentra die zijn aangesloten bij Mensura ontvangen nog specifieke informatie met alle details voor elk van deze stappen.

Onze artsen en verpleegkundigen werden opgeleid en kennen alle contra-indicaties. Eventuele contra-indicaties sporen ze op aan de hand van een uitgebreide vragenlijst die ze aan de werknemers zullen voorleggen.

Het vaccin kan de gezondheidstoestand van iemand die besmet is met het virus, maar geen symptomen vertoont niet verergeren.

Iedereen die gevaccineerd wordt, krijgt een vaccinatiekaartje. Elk geplaatst vaccin wordt ook ingevoerd in VacciNet. Dat platform is verbonden met het eHealth-platform, waarop iedere Belg zijn dossier kan raadplegen. Via dit platform kunt u ook een vaccinatiebewijs afdrukken.

Neen. Vaccinatie is niet verplicht en gebeurt dus op vrijwillige basis, ongeacht de functie van de werknemer. U kunt vaccinatie niet verplichten, noch om een vaccinatiebewijs vragen. Dit zou namelijk vergelijkbaar kunnen zijn met discriminatie. De rol van de werkgever beperkt zich tot het sensibiliseren van zijn personeel.

Toon begrip voor eventuele twijfel bij de werknemers en geef hen zoveel mogelijk informatie. Wat zijn de bijwerkingen, wie mag (al dan niet) worden gevaccineerd ... Al deze informatie kunt u downloaden op vaccintegencorona.be.

De maatregelen kunnen pas worden versoepeld wanneer 70% van de bevolking gevaccineerd is.

70% van de bevolking moet zich laten vaccineren om tot groepsimmuniteit te komen en infectiehaarden te voorkomen. Hoe meer er gevaccineerd wordt, hoe sneller de regels versoepeld kunnen worden.

Tot het zover is, moet iedereen de regels blijven naleven, óók wie al gevaccineerd is. Het vaccin zorgt er namelijk wel voor dat u niet ziek wordt, maar dat betekent niet dat u anderen niet meer kunt besmetten. De besmettelijkheid van gevaccineerden wordt op dit moment bestudeerd.

Ook de duur van de bescherming van de vaccins wordt verder onderzocht. Mogelijk moet het vaccin worden herhaald om langdurig antistoffen te behouden. 

Het vaccin is gratis voor de bevolking. De regering financiert de aankoop van de vaccins en de organisatie van de vaccinatiecampagne.

Dat is sterk aanbevolen. Als werkgever moet u maatregelen treffen om verspreiding van de ziekte te voorkomen. U kunt zelf al de nodige maatregelen treffen, maar we raden u sterk aan om de arbeidsarts steeds in te lichten.

De arbeidsarts ontvangt de informatie van het center voor contactopvolging, de werknemer zelf of de werkgever. De werknemer moet in quarantaine gaan en worden getest op dag 1 en dag 7. De test wordt uitgevoerd in een testcenter of, bij uitzondering, door de arbeidsarts zelf. De quarantaine kan na tien dagen worden beëindigd.

De arbeidsarts neemt contact op met de werkgever en de werknemer om diens recente activiteiten in kaart te brengen en te achterhalen met wie hij tijdens het werk contact had. Elk contact wordt geanalyseerd. Elk contact langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter en zonder masker wordt beschouwd als een hoogrisicocontact. Deze hoogrisicocontacten moeten op hun beurt ook in quarantaine gaan. Laagrisicocontacten kunnen verder blijven werken, maar moeten waakzaam zijn voor symptomen.

Onze brochures

In de initiële fase van de vaccinatiecampagne wordt er aanbevolen om dezelfde procedures toe te passen voor personen die wel/niet gevaccineerd zijn. Waarom?

  1. Geen enkel vaccin beschermt 100%. De kans op besmetting en ziekte is veel kleiner, maar bestaat nog steeds. Gevaccineerde personen met ziekte symptomen die mogelijks wijzen op COVID moeten nog steeds getest worden (geen sneltest).
  2. Er is momenteel onvoldoende zekerheid over dat personen die gevaccineerd zijn het virus zouden overdragen. Zolang de vaccinatiegraad in onze samenleving laag is, betekent dit dat gevaccineerden nog steeds de preventiemaatregelen moeten volgen en dat er geen uitzonderingen zijn op quarantaine.

Vaccinatieverlof

Vaccinatieverlof is een vorm van klein verlet. Stel dat een medewerker een vaccinatieafspraak heeft binnen de werkuren, dan heeft hij/zij recht op vaccinatieverlof en mag u dat niet weigeren.

Krijgt een medewerker een vaccin waarvoor twee inentingen nodig zijn en vinden die momenten plaats tijdens de werkuren, dan krijgt hij/zij dus twee keer vaccinatieverlof. Vallen de vaccinatieafspraken buiten de werkuren, dan heeft de werknemer logischerwijs geen recht op vaccinatieverlof.

Een medewerker krijgt vaccinatieverlof voor de tijd die nodig is om zich te laten inenten. Er wordt rekening gehouden met de verplaatsing van en naar het vaccinatiecentrum, de wachttijd en de vaccinatie op zich. De precieze duur zal dus voor iedereen verschillen, maar het is ieder geval geen volledige dag verlof.

Neen, u mag geen enkele druk uitoefenen om de vaccinatie buiten de werkuren te laten plaatsvinden – of op een ander moment dat het de organisatie beter uitkomt, bijvoorbeeld tijdens een verlofperiode.

U mag een medewerker om bewijs vragen. Concreet gaat het om de bevestiging, het tijdstip en de locatie van de vaccinatieafspraak.

De medewerker hoeft dit enkel te tonen, u mag dit bewijs niet bijhouden. Bovendien mag u de informatie enkel gebruiken om het loon te berekenen en eventueel vervanging te voorzien voor de medewerker. Registreren wie gevaccineerd is en wie niet, is uit den boze.

Doet de datum vermoeden dat de medewerker als risicopatiënt is opgeroepen? Dan is het absoluut verboden om dit te noteren of te registreren.

Neen, u mag de uren waarin de medewerker afwezig is gewoon als arbeidstijd beschouwen. Bijvoorbeeld als u opziet tegen het administratieve luik van klein verlet.

Neen, wordt uw medewerker ziek na de intenting, dan zijn de algemene regels van arbeidsongeschiktheid van toepassing. Hij/zij moet dan de verzuimprocedures van uw organisatie volgen en heeft recht op gewaarborgd loon.