Grondverzet: welke regels moet je volgen om wettelijk in orde te zijn?
Ben je van plan om bodemmaterialen uit te graven en die te transporteren? Dan ben je verplicht de regels voor grondverzet te volgen. Omdat de procedure vrij complex is, vatten we de essentie samen.
De regels voor grondverzet liggen vast in het VLAREBO, het Vlaams reglement rond bodemsanering en bodembescherming. Ze dienen in de eerste plaats om te voorkomen dat verontreinigde bodem opnieuw gebruikt zou worden.
Dat reglement is best uitgebreid, dus we vatten voor jou de krachtlijnen samen.
Wat zijn bodemmaterialen?
Simpel gezegd: materialen in de bodem. 😉 Denk aan uitgegraven bodem (aarde), maar ook:
baggerspecie;
ruimingsspecie;
grondbrij;
bentonietslib.
Wat met asbest?
Het VLAREBO bevat ook een leidraad om met asbest om te gaan. Zo kunnen opdrachtgevers van grondverzet gepaste maatregelen nemen om de veiligheid van iedereen die in aanraking komt met de bodemmaterialen te garanderen.
Wanneer moet je bodemonderzoek laten uitvoeren?
Laat je minder dan 250 m³ bodem uitgraven, dan moet je alleen een onderzoek aanvragen als het om verdachte grond gaat of wanneer de grond afgevoerd wordt.
Bij werken met een grondverzet van meer dan 250 m³ – wat meestal het geval is bij niet-particulieren – is de bouwheer zo goed als altijd verplicht voorafgaand bodemonderzoek te laten uitvoeren. Pas wanneer die over een technisch verslag beschikt, is zijn aannemer wettelijk in orde om de werken uit te voeren.
Op de website van OVAM lees je wanneer een bodemonderzoek verplicht is en hoe je het technisch verslag in orde brengt.
Daarnaast moet de bouwheer ook een conformverklaring van het technisch verslag aanvragen bij een erkende bodembeheerorganisatie (Grondbank of Grondwijzer).
Hoe volg je correct de traceerbaarheidsprocedure?
Wie een technisch verslag moet laten opmaken, is ook verplicht de traceerbaarheidsprocedure van het VLAREBO te volgen. Dat is de taak van de aannemer:
De aannemer bezorgt de nodige info over het grondverzet aan Grondbank of Grondwijzer. De bodembeheerorganisatie levert daarna een grondverzettoelating af.
Het vervoer van het bodemmateriaal met een voertuigcombinatie van meer dan 3,5 ton moet worden vastgelegd in transportdocumenten. Die vraagt de aannemer aan bij de bodembeheerorganisatie, een erkende (tussentijdse) opslagplaats of een erkend centrum voor grondreiniging. Die meldingsplicht geldt sinds 2019 ook voor vervoer van minder dan 250 m³ grond. De aannemer bezorgt de documenten aan de bouwheer, die ze vijf jaar moet bewaren.
Na de werken vraagt de aannemer bij de bodembeheerorganisatie een bodembeheerrapport aan. Hij bezorgt een kopie aan de bouwheer, die zo een attest van de correcte levering van de bodemmaterialen in handen heeft.
Op de website van Grondbank vind je een handig schema voor de traceerbaarheidsprocedure van jouw grondverzet.
Tip: zorg dat je bouwheer en aannemer op tijd de nodige aanvragen en documenten in orde brengen. Zo lopen de werken geen vertraging op. Afhankelijk van het typedossier varieert de periode van een paar dagen (voor kleine hoeveelheden en niet-verdachte grond) tot meerdere weken voor een technisch verslag.