Arbeidsongevallen in de bouwsector: de oorzaken en mogelijke oplossingen op een rij

In 2016 werden ongeveer 15.000 bouwvakkers slachtoffer van een arbeidsongeval, goed voor 11% van alle werkongelukken in België. Hoewel het aantal incidenten in de sector al 10 jaar daalt, scoort ons land slechter dan het Europese gemiddelde. Bovendien kennen meer arbeidsongevallen een ernstige afloop. Luc Aelvoet, teamleader risicobeheersing bij Mensura, legt de oorzaken bloot en reikt mogelijke oplossingen aan.

In België lopen medewerkers in de bouw het meeste risico op een arbeidsongeval. De helft van die arbeidsongevallen leidt ook tot tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Zowat 15% veroorzaakt blijvende invaliditeit en in zeldzame gevallen (0,2%) zelfs tot het overlijden van de medewerker.

Wat is de oorzaak van die hoge cijfers? 
Luc: “De bouw is al jaar en dag een van de gevaarlijkste sectoren van het land. Daar zijn drie redenen voor. Om te beginnen voert een bouwvakker dagelijks risicovolle activiteiten uit: werken op hoogte, werken met arbeidsmiddelen zoals gereedschappen of machines en gebruik van rollend materieel. Denk aan een wiellader, vrachtwagen of kraan.”

“Ten tweede verandert de werkomgeving voortdurend. Aannemers en onderaannemers passen regelmatig stellingen aan, nemen een leuning weg of leggen elektrische kabels, maar berichten daar onduidelijk en onvoldoende over. Zo blijven medewerkers in het ongewisse over nieuwe risico’s op een werf. Tot slot is er een grote diversiteit aan nationaliteiten actief in de bouwsector, waardoor de communicatie stroef verloopt.”

Veilige werkmethode én -omgeving

Hoe kunnen werkgevers die risico’s beperken? 
Luc: “In de eerste plaats moeten ze focussen op een veilige werkmethode. Die start met mogelijke gevaren in kaart te brengen. Een risicoanalyse helpt hen daarbij en beantwoordt enkele cruciale vragen: welke activiteiten voert het bedrijf uit en wat zijn de mogelijke gevaren? Op basis van de antwoorden kunnen werkgevers prioriteiten vastleggen en bijbehorende oplossingen formuleren en toepassen, al dan niet in samenwerking met de externe dienst.”

“Naast de juiste werkmethode speelt ook een veilige werkomgeving een essentiële rol. Bouwmedewerkers moeten streven naar een ordelijke werf om valongelukken te vermijden. Bij werken op hoogte moeten voldoende leuningen aanwezig zijn en openingen voldoende daadkrachtig afgedekt worden. Werken verschillende aannemers en onderaannemers op dezelfde werf? Dan is overleg onontbeerlijk om de risico’s in de kiem te smoren.”

Opleidingen op maat

Welke bijkomende maatregelen kunnen werkgevers nemen om een veilige werkmethode en -omgeving te stimuleren?
Luc: “Stel een van je medewerkers aan als veiligheidscoach. Die blijft zijn huidige taken uitvoeren, maar spreekt daarnaast collega’s aan wanneer zij onveilig werken en peilt naar de oorzaak. Als iemand zich niet aan veiligheidsvoorschriften houdt, kan dat te wijten zijn aan tijdgebrek of een tekort aan degelijk materiaal. Een open gesprek over veiligheid op het werk legt die pijnpunten bloot.”

“Een veiligheidscoach heeft een voorbeeldfunctie. Kies dus voor een ervaren medewerker die veiligheid hoog in het vaandel draagt. Bij voorkeur heeft hij een VCA-attest op zak, dat aantoont dat hij de skills heeft om veiligheid te integreren op de werf. Enkel door een continue aandacht voor veiligheid kan er een veiligheidscultuur ontstaan, waarbij iedereen veilig werken de logische keuze vindt.”

“Daarnaast zijn opleidingen op maat zinvol als bepaalde expertise ontbreekt of er nood is aan sensibilisering. Denk aan workshops over stellingbouw, werken op hoogte of met rollend materieel en machines. Geef ook nieuwe medewerkers en interimkrachten die kennis mee: hou nauwgezet bij welke opleidingen (tijdelijke) werknemers al volgden. Tot slot kan ook een ‘last minute risicoanalyse’ bijdragen aan een veilige werkomgeving.”

Wat houdt zo’n last minute risicoanalyse in?
Luc: “Nog voor medewerkers aan hun werkdag beginnen, inspecteren ze de werkplaats en staan ze stil bij de mogelijke risico’s. Zelfs als ze niet onmiddellijk een oplossing weten te vinden, zijn ze zich op zijn minst bewust van de gevaren, en kunnen ze die aankaarten bij de veiligheidscoach of werkgever. Zo draagt iedereen bij tot veiligheid op de werf.”


Lees ook: